ADHD

ADHD bij jongeman (25)

Een jongeman van 25 kon zich niet concentreren, was snel afgeleid en maakte eigenlijk bijna nooit iets af. Eigenlijk had hij er zelf niet zo'n last van. Naar eigen zeggen, had hij zijn lagere en middelbare schooltijd altijd goed doorlopen, vond hij. Een 6 was ook voldoende. "Als hij het maar haalde". Totdat hij in zijn werk er continu op aangesproken werd, omdat hij opdrachten die "te lang duurden", continu afraffelde en het allemaal niet 'je van het' was. Zijn manager vond dat hij zich van de groep (zijn collega's) onttrok. Ook zijn partner begon steeds meer moeite te krijgen met zijn rusteloosheid. Eigenlijk was alles om hem heen 'niet goed', terwijl hij dat zelf niet zo ervaarde.

In zijn eerste regressie ging hij terug naar (het moment vlak voor) zijn geboorte. Het was druk in de ziekenhuiskamer. Veel mensen waren er aanwezig en moeder werd zenuwachtig, kon zich niet concentreren, omdat er 'zoveel tegelijkertijd' gebeurde. Ze kon zich niet én bezig houden met haar ademhaling en weeën en ook nog eens alle aanwijzingen opvolgen van haar man, de zusters en de arts. Het liefste was het voor moeder snel over en voorbij. Eigenlijk wilde ze ergens anders zijn. In haar eigen wereld zitten, iets anders doen. Ook werd ze onzeker en jumpy van de reacties om haar heen. Wat wilden al die mensen toch van haar? Ze was toch goed bezig? Maar ze gaven haar de indruk dat het anders moest. Ze moest 'luisteren' naar de aanwijzingen. En ook haar man gaf haar de indruk dat zij iets niet goed deed. Zoveel indrukken en ze wist niet meer wie of wat ze moest pleasen om het maar goed te doen. Als het kind maar gezond ter wereld kwam, dan was alles goed en voorbij en was iedereen van haar nek af.

Cliënt begreep dat hij veel energie van moeder had overgenomen en dat hij bij alle belangrijke taken, het er zo snel mogelijk vanaf wilde brengen, zodat hij weer tijd had voor 'iets anders' had dan de opdracht die voorhanden lag. Hij kwam ook tot het besef dat hij maar al te graag moeder wilde pleasen door het te doen, zoals het hem onbewust tijdens de geboorte aangeleerd was. Na alles doorgewerkt te hebben, besefte hij dat hij het 'op zijn eigen manier' mocht doen, maar dat het soms ook belangrijk was om datgene te doen wat van hem gevraagd werd en dat dat helemaal niet erg hoefde te zijn. Goed op zijn ademhaling letten, zou goed voor hem zijn. Simpelweg altijd net aan slagen was niet altijd de weg. Hij besefte dat het niet erg was om een opdracht af te maken of er wat langer over te doen als het maar 'goed' gebeurde (geen 6 ,7,8,9 of 10 maar gewoon 'goed'). Uiteindelijk zou hij er altijd komen, maar hij zou wel bewust 'nieuw' gedrag moeten trainen.

In de 2e sessie wilde hij werken aan 'iets' met zijn baas. Hij had moeite met hem, met wat hij van hem verwachtte. En hij twijfelde er aan of zijn baas wel wist wat haalbaar was. Eigenlijk voelde hij dat er teveel van hem werd verwacht en dat hem dit de kop ging kosten als hij het niet zou doen. Maar als hij het zou uitvoeren (de opdracht) had hij ook het gevoel dat het hem de kop zou kosten. Hij snapte niet wat hij met dit tegenstrijdige gevoel aan moest.

In deze 2e sessie kwam hij in het leven van een 25-jarige soldaat uit Amerika, tijdens de oorlog met Vietnam. Zijn ouders waren trots dat hij voor 'zijn land' ging strijden. Hijzelf wist geeneens waar Vietnam lag en wat het doel daar eigenlijk was. Maar hij was 'gedraft', uitgekozen om te gaan. Van tevoren had hij een heel slecht gevoel hierover, hoewel de berichtgevingen uit het nieuws hoopvol waren. De vijand werd continu aan alle kanten verslagen. Natuurlijk vielen er slachtoffers, maar niet zoveel. Zijn twijfel die hij uitte naar zijn ouders werd simpelweg weggewuifd door zijn ouders. Dit is wat je te doen stond. Hier moest je niet over nadenken. Hij zou als een trots man terugkeren en het land zou trots op hem zijn. Eenmaal in Vietnam aangekomen kwam hij er al gauw achter dat dit niet zijn ding was. Hij moest en opdrachten uitvoeren en proberen in leven te blijven op een terrein wat hij helemaal niet kende. Eigenlijk had hij ook helemaal geen vertrouwen in zijn bataljonleider, die enkel maar orders aannam over de telefoon. Elke seconde ging de vraag door zijn hoofd heen, wanneer de oorlog afgelopen zou zijn en of hij het aan iets zou kunnen merken wanneer 'de doelen' waren gehaald. Hoewel ze terrein veroverden, had hij niet het gevoel dat de 'doelen' behaald werden. De praatjes van de bataljonleider kwamen niet aan, maar hij kon niet weglopen, omdat hij dan voor de krijgsraad zou moeten komen en zijn ouders onnoemlijk teleurgesteld in hem zouden zijn. Hij zat vast in het geen keuzes kunnen maken. Zijn gevoel en verstand zeiden het een en de wijze raad van mensen die boven hem stonden zeiden iets anders. Dit gevoel werd versterkt omdat zijn leider nerveuze trekjes begon te vertonen. Er was iets gaande waar hij niet de vinger op kon leggen. Echter discussie of doorvragen hadden geen zin, werkte alleen maar averechts. Die dag kwam hij erachter wat er aan de hand was. De taak voor die dag was helemaal niet haalbaar, maar moest uitgevoerd worden. Ze kwamen in onbekend, dicht gebied te zitten, waar ze geen overzicht hadden. De stilte was angstaanjagend. Ieder moment kon er iets gebeuren. En vanuit die stilte klonken er geweerschoten. En alles stond stil. Hij lag dodelijk gewond op de grond, te wachten totdat hij zou sterven. In die laatste ogenblikken bleef hij maar denken dat hij anders had moeten kiezen. Dat dit niet zijn leven was, dat hij nooit had moeten luisteren naar zijn ouders en bataljonleider, dat hij had moeten "vluchten", dat hij hier niet stilletjes had moeten zitten. Stilstand is doodgaan, dus hij besloot daar voor altijd 'on te move' te blijven, bezig te zijn, anders zou het zijn dood betekenen. Iets afmaken zou zijn dood betekenen, zeker wanneer het te lang ging duren. Hij begon te begrijpen waarom hij bepaald gedrag had en wat zijn 'verborgen' motivatie was.

Die onnoemlijke angst voor stilzitten zat er nog steeds in. Wanneer hij op de bank zat thuis, stil te zijn, leek het altijd alsof er iets ergs ging gebeuren, alsof hij ieder moment doodgeschoten kon worden.

Na dit leven doorgewerkt te hebben, besefte hij dat dit leven nog niet was afgelopen en dat hij nog altijd met de naweeën hiervan rondliep. In de weken hierna ging het steeds beter met hem en kon hij al langer op de bang zitten, een film kijken, en ook in stilte, denkend aan hoe het leven in elkaar zit. Ook ging het met zijn werk beter en kon hij zich beter loskoppelen van zijn baas en op zijn eigen werk te vertrouwen. Hij vond dat hij al vorderingen maakte en zag dat hij nog meer vorderingen zou gaan maken als hij bewuster met het nu-moment zou leren om te gaan.