Autoriteitsproblemen

“Alles wat met autoriteit te maken heeft wil ik kapotmaken”

Als je niet doet wat ik zeg, dan…

Als je niet doet wat ik zeg, dan…

Een man van rond de 45 jaar wil in therapie voor zijn problemen met autoriteiten. Van jongs af aan had hij een hekel aan leraren, politie, officieren, rechters, leiders, managers, etc. Kort gezegd: iedereen die autoriteit had en zeker die personen die hun autoriteit misbruikten voor ‘hun zielige zelf’. Gelukkig had hij zijn eigen bedrijf en was hij daarin gelukkig, want werken voor een baas ging niet zo goed. In zijn leven had hij veel problemen ondervonden door zijn autoriteitsprobleem. In het leger deed hij er alles aan om zijn commandant ‘te zieken’. Ook wanneer die bekeurd werd door de politie, probeerde hij zo ver mogelijk door te gaan, zonder dat hij opgepakt kon worden. Het was alsof hij een “waas voor zijn ogen” kreeg, wanneer iemand autoritair ‘ging lopen doen’.

Doen wat gevraagd wordt levert uiteindelijk niks op

Hij ging terug in de tijd naar zijn jeugd, waarin zijn vader hem continu klusjes liet doen. Afwassen, de tuin, de auto: alleen dan kreeg die dat kleine beetje waardering waar hij zo naar zocht. Maar als hij er eerlijk naar keek, kreeg hij eigenlijk helemaal geen waardering. Het moest gewoon gebeuren, omdat vader dat wilde. Meer niet. En dat deed hem enorm verdriet.

Iets verder terug in de tijd, kwam hij in een vorig leven waarin hij een gat aan het graven was. Hij was 10 jaar oud en zijn vader stond boven de grond, iets aan het eten was. Hij moest het zware werk doen en kreeg niks te eten, maar moest wel 'doorgaan’ met graven, want daar lette vader wel op. Uiteindelijk kwam hij uit het gedolven graf en zag hij dat vader geld in ontvangst nam van de eigenaar van de begraafplaats. Geld waarvan hij dus nu doorhad, dat hij daarvan nooit wat kreeg. In het volgende moment was hij waar aan het graven terwijl vader iets at. De schop die hij in zijn handen had vervormde tot iets waar hij zijn vader mee kon (en wilde) slaan. Het liefst wilde hij zijn vader doodslaan, maar hij deed het niet. Loyaal als hij was. Hij stierf later in de mijnen als mijnwerker.

Hij begreep dat hier een gedeelte van zijn haat tegen autoriteiten kwam, maar het was voor hem nog niet volledig. “Wat heeft dit met het leger te maken?” en “Ik voel ook een soort haat naar mezelf toe.” Daarop ging we een stukje verder terug in de tijd: Hij kwam in een indianenkamp terecht en terwijl hij om zich heen keek naar alle stamleden, besefte hij dat hij de leider was, de big chief. Iedereen had respect naar hem, mede doordat hij heel dominant kon zijn en heel veel macht tot zijn beschikking had. Hij regeerde met veel kracht en macht. Er mocht niet aan zijn positie getoornd worden. Zo af en toe liet hij zien wie de baas was.

En dan op een dag ontmoet hij een prachtige dame met prachtige ogen. Liefde op het eerste gezicht, voor beiden. Maar de Big Chief in hem bleef onaangeroerd. Hij was en bleef de baas en moest dit laten zien, omdat hij anders afgezet zou worden als hij zwakte toonde. Na verloop van tijd werden de problemen in het kamp groter en moest hij meer geweld gebruiken. Hij kwam in conflict met zichzelf. Een prachtige vrouw voor wie hij veel liefde voelde en zijn functie. En beide samen klopte niet. Hij zonderde zich af. Wetende dat hij niet voor de liefde kon kiezen en verbrak de verbinding steeds meer emotioneel om te kunnen overleven. Tot enkele jaren later hij terug komt van een reis en hij zijn vrouw met iemand anders van een andere stam ziet praten en lachen en plezier hebben. Zoveel plezier had hij in lange tijd niet gezien. Het was precies zoals de eerste keer. Hij rende op haar af en vermoordde haar. Dit betekende het einde van zijn leven. In alle opzichten.

Een perfecte balans van wanneer hij autoriteit mocht gebruiken

In een keer vielen er heel veel kwartjes bij hem. Rigide vasthouden aan hiërarchie leidt nergens toe, maar er moet wel een hiërarchie zijn, maar daarbij komen wel veel verantwoordelijkheden. Hij begreep nu ook hoe alle mannen met macht zich voelen, met functies die hen een bepaalde uitstraling geven en de binnenwereld die zij voelen wanneer die functie ‘over’ is, of beëindigd is. Hij begreep dat hij af en toe gewoon zijn autoriteit mocht gebruiken in zijn werk als hij mensen in dienst nam voor klussen die niet naar behoren functioneerden en dus niet nakwamen wat ze beloofden. Opgelucht ging hij naar huis. Vanaf die dag keek hij voor altijd anders naar politieagenten, mensen in het leger en mannen met macht.