Praktijkvoorbeeld regressietherapie bij onzekerheid
"Ik ben er wel... maar het voelt alsof ik mezelf steeds kleiner maak."
De klacht
Een vrouw van middelbare leeftijd voelde zich al haar hele leven onzeker.
In groepen trok ze zich terug.
Op verjaardagen bleef ze liever stil.
Ze hoopte dat niemand haar iets zou vragen, zodat ze niet hoefde op te vallen.
Ook binnen haar huwelijk liep ze voortdurend op eieren.
Wanneer iets haar dwarszat, hield ze het liever voor zich.
En als ze eindelijk eens voor zichzelf opkwam, leek het gesprek zich vrijwel altijd tegen haar te keren.
Dat bevestigde precies waar ze al bang voor was.
"Zie je wel... ik had beter niets kunnen zeggen."
Daarnaast voelde ze zich nauwelijks echt aanwezig in haar lichaam.
Alsof ze zichzelf voortdurend inhield.
Haar lichaam voelde gespannen.
Stijf.
Ze verlangde ernaar om zichzelf te kunnen zijn, zonder steeds bang te zijn voor de reactie van anderen.
Terug in regressie
Het eerste beeld dat tijdens de regressie naar voren kwam, was een herinnering uit haar jeugd.
Ze had ruzie gekregen met haar jongere broertje.
Hij sloeg haar.
Huilend rende ze naar haar moeder.
Ze verlangde naar troost.
Naar een arm om haar heen.
Maar haar moeder keek geïrriteerd.
"Doe niet zo kleinzerig."
Ze duwde haar weg.
En draaide zich om.
Op dat moment gebeurde er iets in haar.
Ze slikte haar verdriet in.
Ze hield zich stil.
En haar lichaam verstijfde.
Die verstarring voelde ze vandaag de dag nog steeds.
Daar, als klein meisje, nam ze onbewust een besluit:
"Mijn gevoelens doen er niet toe."
"Ik kan mezelf beter klein maken."
"Vraag niet om liefde, want dan word je afgewezen."
Waarom moeder niet anders kon
Tijdens de sessie werd duidelijk dat haar moeder deze manier van omgaan met emoties zelf had geleerd.
Ze groeide op op een strenge nonnenschool.
Spontaniteit werd afgestraft.
Eigen gevoelens werden gezien als ongehoorzaamheid.
Dienstbaar zijn was belangrijker dan jezelf zijn.
Langzaam verstijfde ook haar moeder.
Niet omdat ze geen liefde voelde.
Maar omdat ze nooit had geleerd die liefde veilig te laten zien.
Voor het eerst zag de cliënt haar moeder niet alleen als moeder...
maar als mens.
Een mens met haar eigen pijn.
Dat bracht veel rust.
Ze hoefde haar moeder niet langer te veranderen.
Ze begreep haar.
En kon haar vergeven.
Een diepere oorzaak
In een volgende regressiesessie kwam ze terecht in een vorig leven.
Ze groeide op als dochter van een rijke familie.
Op school was ze anders dan de rest.
Ze werd gepest.
Uitgescholden.
Geslagen.
Ze ontdekte al jong wat haar het meeste veiligheid gaf.
Niet opvallen.
Niet reageren.
Zo weinig mogelijk voelen.
Zo onzichtbaar mogelijk worden.
Hoe kleiner ze zichzelf maakte, hoe sneller de aandacht van de pesters naar iemand anders verschoof.
Dat patroon had haar onderbewustzijn meegenomen naar haar huidige leven.
Niet alleen in groepen.
Maar ook binnen haar huwelijk.
Iedere discussie voelde onbewust alsof ze weer tegenover een hele groep stond.
Haar man werd niet gezien als haar partner...
maar als iemand die sterker was dan zij.
Na de sessies
Na de regressies merkte ze dat haar lichaam langzaam ontspande.
Ze durfde steeds vaker uit te spreken wat ze dacht.
Niet omdat ze ruzie wilde maken.
Maar omdat ze zichzelf niet langer kwijt wilde raken.
Ook haar relatie met haar man veranderde.
Voor het eerst spraken ze echt met elkaar over hun gevoelens, verwachtingen en verlangens.
Ze ontdekte dat hij haar nooit klein had willen maken.
Dat deed ze al haar hele leven zelf.
De relatie met haar moeder werd tijdelijk wat spannender.
Moeder merkte dat haar dochter veranderde.
Dat ze grenzen begon aan te geven.
Dat oude patronen niet meer vanzelf werkten.
De cliënt begreep dat ook dit onderdeel was van haar eigen herstel.
Niet langer leven vanuit aanpassing...
maar vanuit wie zij werkelijk was.