“Ik kamp met overgewicht”
Praktijkvoorbeeld regresietherapie

“Het lijkt wel aan mij te plakken of zo”

Een vrouw komt in therapie voor haar overgewicht. Ze wil graag wat kilootjes eraf. Wat fitter in haar lijf zitten. Zodat ze vrijer kan leven.

“Het voelt alsof het letterlijk aan me plakt, of zo”, zei ze.

Maar ze wilde ook graag meer rust in haar lichaam en in haar leven. Niet meer gejaagd, zoeken, leven voor twee. Ze was moe. Op. Niks was eigenlijk nog goed eigenlijk. Eten gaf haar wel nog een goed gevoel. Voor even.

Na 5 minuten hebben we het nooit meer over overgewicht gehad, maar over iets anders wat was blijven plakken.

Een ervaring met een buurjongen

Niet zo onschuldig als dat het begon.
Ze wilde het niet. Maar er gebeurde toch heel veel. Te veel.

Dat was het eerste moment dat haar lichaam zwaar was gaan voelen. Een onverklaarbaar verdriet wat was blijven hangen.
Het ging maar niet weg. Ze kon het maar niet vergeten.

En enkele jaren later moest ze een abortus ondergaan, omdat ze wist dat die man niet goed was. Het was een van de moeilijkste beslissingen ooit. Ze wist dat het goed was, dat ze niet anders kon, maar het verhaal kende geen rust.

Na leuk en spannend veranderde alles voor haar

Ze verbond zich met de onrust, het verdriet van de abortus, het zware gevoel en er kwam een zin naar boven:

“Het is goed zo, toch?”

Ze kwam in een herinnering uit, waarin ze bij de buurjongen thuis is. Zijn ouders zijn er niet. Het voelt anders deze keer. En het is allemaal spannend en leuk, want hij is extra leuk.

Maar dan voelt het niet goed meer. Zij moet zijn geslacht vasthouden. Hij houdt haar hand vast.

Ze kijkt niet. En probeert ondertussen te begrijpen wat dat is. En wat hier goed aan moet zijn.

Ze zal het vast nog wel niet snappen.

Wanneer ze merkt dat hij haar hand loslaat, vraagt ze “Het is goed zo, toch?”.

Hij zegt niks. En alles was veranderd daarna.

Het plakte ook. En het bleef daarna aan haar plakken.

Vlak voor de abortus

Ze ligt op bed, vlak voor de operatie. Ze is verdoofd. En zegt tegen ‘wat er in haar leeft’ diep vanbinnen:

“Het is goed zo, toch?”.

Ze drukt alles weg. Om door te kunnen gaan.

Regressie naar een vorig leven

Ze staat op een markt en heeft een mandje om haar arm. Ze voelt zich tevreden. Ze staat heerlijk rustig te wachten. Geen haast. Alles is goed. Haar vriendin komt altijd op het juiste moment.

Haar vriendin voelt als een zus. Alsof ze een zijn. Altijd leuk. Altijd gezellig.
Ze verkopen kruiden op de markt. En de handel gaat goed.

“Het is toch goed zo, he?”, zeiden ze tegen elkaar na weer een goede dag op de markt.

Een man veranderde alles

Haar vriendin leerde een man kennen en ging in een andere plaats ver weg wonen.
Er zou uiteindelijk geen contact meer zijn.

“Het is goed zo, toch?”. las ze aan de lichaamshouding van haar vriendin. Hopende dat alles wat ze samen hadden meegemaakt, genoeg zou zijn voor een heel leven.

Maar dat voelde niet goed. Dit was niet goed.

Deze man had een deel van haar van haar afgenomen.

Ze was iets kwijt.

En ze kreeg het nooit meer terug.

Tot aan het einde van haar leven vergeleek ze continu elk persoon met haar beste vriendin.

Of ze goed genoeg waren. Of het wel goed zat. Of het wel goed zou komen. Maar nooit gevonden. Altijd teleurgesteld. Altijd teleurgesteld in zichzelf.

Zo stierf ze, precies zoals zij zich voelde: altijd teleurgesteld in zichzelf. Het is niet (nooit) goed.

Verbonden in het licht, verbonden in alle tijden en vormen

In het licht stond haar vriendin te wachten. Een zindering ging door haar lijf. Ze omhelsden elkaar. Ze was er weer.

De vriendin had een ongelukkig leven met de man en had spijt van het weggaan uit haar oude, vertrouwde omgeving. Ze was onrustig geworden, niet in haar lichaam, niet gelukkig met haar man, die haar volstrekt in zijn macht had. Ze stierf ongelukkig en liet een 10 jarige dochter - moederloos - achter bij haar vader, de tiran.

Ze wilde bij haar vriendin zijn en samen zijn, maar ze mocht niet als dochter (of zoon) incarneren.

Weer samen komen

Ze mocht haar vriendin helpen om weer terug te keren in zichzelf. En daarvoor moest ze dit trauma opnieuw ensceneren, zodat ze niet hetzelfde lot zou ondergaan als zijzelf en weer helemaal van haar lichaam (en vrouw zijn) te gaan houden. Ze moest dus leren om harde beslissingen te nemen. Én ze moest leren te vertrouwen op dat het echt, echt, echt allemaal aan het einde dus goed komt.

In het licht kon ze loskomen van de oude verkleving: het ongewenste met de buurjongen, de relatie met de man en de abortus.

In het licht kon ze zich verbinden met een vriendschap die alle tijden leek te overstijgen.

Vriendschap, zielsverwanten, de diepste liefde, overstijgt alle vormen en rollen. Het is de lijm die ons verbindt. Op een fijne manier aan ons kleeft.

Inzichten in haar overgewicht

Haar overgewicht had meerdere functies:

Bescherming: niet seksueel aantrekkelijk zijn

Gevoel dat er nog ‘iets’ zat (zwanger was). Zolang ze overgewicht had, was ze nog samen met haar ongeboren kind.