Smetvrees – praktijkvoorbeeld regressietherapie

Wanneer schoonmaken niet meer genoeg voelt

Een vrouw heeft al lange tijd last van sterke smetvrees.

Bijna alles wat ze moet aanraken kan vies of besmet voelen. Haar handen wassen doet ze keer op keer. Soms weet ze dat het eigenlijk niet nodig is, maar het gevoel blijft.

Ze wil begrijpen waar die sterke behoefte om zichzelf schoon te maken vandaan komt.

Een vorig leven waarin haar lichaam werd geschonden

In een regressie komt ze terecht in een vorig leven waarin ze als jonge vrouw wordt verkracht en vervolgens gedood in een varkenstal.

De ervaring is intens. Het gevoel dat haar lichaam is geschonden en dat ze zichzelf niet meer schoon kan krijgen, blijft sterk aanwezig.

Wanneer ze vanuit het huidige leven naar deze ervaring kijkt, ontstaat voor haar een opvallend inzicht:

“Ik ben mezelf nog steeds aan het schoonwassen.”

Niet omdat ze bewust met dat vorige leven bezig is, maar omdat het gevoel voor haar nog steeds voort lijkt te bestaan.

Eindelijk mogen wassen

In een andere regressie komt ze terecht in een leven waarin ze als Joods meisje samen met andere vrouwen gevangen zit. Wassen is daar niet vanzelfsprekend. Juist het verlangen om zichzelf eindelijk weer schoon te kunnen maken, wordt steeds sterker. Wanneer er uiteindelijk een moment komt waarop ze mag douchen, voelt dat als een bevrijding. Maar die ervaring krijgt een traumatische wending. De lichamen, de angst, de verstikking en het gevoel van totale machteloosheid blijven in haar beleving met elkaar verbonden. Opnieuw ziet ze een verband met haar huidige behoefte om zichzelf te wassen. Schoon worden was ooit een verlangen. Nu is het een voortdurende noodzaak geworden.

“Alles komt bij mij binnen”

Na deze ervaringen vermindert de smetvrees, maar verdwijnt ze niet volledig.

Er blijkt nog iets onder te liggen.

De vrouw merkt dat ze andere mensen sterk aanvoelt. Gedachten, emoties en spanningen van anderen lijken gemakkelijk bij haar binnen te komen.

Daardoor vervaagt voor haar het verschil tussen wat van een ander is en wat van haarzelf is.

En wanneer er te veel van anderen bij haar binnenkomt, ontstaat opnieuw hetzelfde gevoel:

“Ik voel me vies.”

De verbinding met haar moeder

In de regressie gaat ze terug naar de periode rond haar geboorte.

Ze beleeft de bevalling als overweldigend. Er wordt aan haar lichaam gezeten, ze voelt schaamte en ervaart nauwelijks ruimte voor zichzelf.

Voor haar wordt duidelijk dat ze niet alleen haar eigen gevoelens heeft gedragen, maar ook sterk heeft meegevoeld met wat haar moeder heeft doorstaan.

Ze realiseert zich dat ze als het ware was blijven proberen iets voor haar moeder te dragen wat niet van haar was.

Dat mag ze nu loslaten.

Een andere manier van voelen

Na deze ervaringen verandert er voor haar iets wezenlijks.

Ze begrijpt dat sterk aanvoelen van anderen niet automatisch betekent dat ze alles van anderen hoeft over te nemen.

Ze ontdekt bovendien dat juist haar gevoeligheid ook een kwaliteit kan zijn.

Ze besluit zich hierin verder te verdiepen en volgt een cursus waarin ze leert omgaan met haar sterke intuïtieve gevoeligheid.

De smetvrees is niet van de ene op de andere dag volledig verdwenen. In rustige periodes kan ze er nauwelijks last van hebben. Wanneer de druk toeneemt, kan de behoefte om vaker te douchen of haar handen te wassen weer sterker worden.

Maar het verschil is groot: ze herkent het patroon en kan het veel gemakkelijker weer loslaten.

Van schoonmaken naar loslaten

Voor haar zat de kern uiteindelijk niet alleen in wat wel of niet vies was.

Het ging ook over wat ze meenam van anderen.

Over ervaringen waarin haar lichaam en grenzen waren geschonden.

En over het verlangen om iets wat niet van haar was, alsnog van zich af te wassen.

Door de verschillende ervaringen te onderzoeken, kreeg ze voor haarzelf meer begrip voor de betekenis van haar smetvrees.

En misschien was dat wel het belangrijkste inzicht:

Niet alles wat je voelt, hoeft van jou te zijn.

Lees ook andere praktijkvoorbeelden uit regressie- en reïncarnatietherapie