Alles van jezelf vragen om een goed mens te zijn | Praktijkvoorbeeld regressietherapie

Wanneer zorgen voor anderen belangrijker wordt dan zorgen voor jezelf

“Het lukt me niet meer….”

Een vrouw kwam naar de praktijk omdat ze doodmoe was, voortdurend onrust voelde en het gevoel had dat ze tekortschiet.

Ze vond dat ze er moest zijn voor iedereen: haar moeder, haar man, haar kinderen, vriendinnen, collega's en anderen om haar heen.

Iedereen rekende op haar. Tenminste, zo voelde het voor haar.

Ze wilde haar energie terugkrijgen om weer voor iedereen te kunnen zorgen. Maar ergens wist ze ook dat ze zo niet verder kon.

“Ik schiet tekort”

Tijdens de sessie werd eerst contact gemaakt met wat ze op dat moment ervoer.

Ze voelde een diepe onrust in haar keel, buik en benen. De donkere gedachten brachten verdriet naar haar hoofd en borst.

Toen de woorden “Ik schiet tekort” haar diep raakten, kwam ze terecht in een donkere ruimte.

Ze wist niet waar ze was.

Tot langzaam duidelijk werd dat ze niet meer leefde.

Ze bevond zich in een concentratiekamp. En ze was op zoek naar bepaalde mensen.

Mensenlevens redden

Ze ging een stukje terug in de tijd naar een moment dat er nog helemaal niets aan de hand was.

Ze kwam uit in een ervaring waarin ze met enkele andere mensen aan het vergaderen was.

De sfeer was gespannen, ze deden belangrijk werk. Niemand mocht van hun plannen weten. Het ging om mensenlevens.

Ze werd bewust dat ze Joden aan het onderbrengen waren bij mensen die te vertrouwen waren. Dat vertrouwen was moeilijk.

Niet iedereen had hetzelfde belang. Een foutje en dit hele netwerk zou in een keer opgerold worden. Wat zou betekenen dat vele Joden naar de slachtbanken van de concentratiekampen zouden gaan. Als ze het al zouden redden.

Er mocht niets misgaan.

“Ze zijn volledig van mij afhankelijk”

De Joodse mensen die ze hielp konden geen kant op, waren volledig van haar afhankelijk. Van wat zij zou kunnen regelen. Niks mocht er fout gaan.

Ze werden gebracht bij een lief uitziende familie: een vader en moeder en 2 kinderen. Een doorsnee gezin.

Alles voelde goed. Hier konden ze een tijd veilig verblijven. Dat wist ze zeker.

De Joodse mensen bedankten haar met diepe tranen van dankbaarheid voor alles wat zij voor hen had gedaan.

Doorgaan alsof er niets aan de hand is

In het volgende moment hoorde ze van een van de mannen met wie ze had vergaderd in het voorbij lopen zeggen dat die Joodse familie van haar was opgepakt. Ze liep zoals altijd door, normaal nog geconcentreerder na het contact met deze man op haar missie. Maar nu stond de wereld stil, terwijl ze doorliep.

Een miljoen gedachten tegelijkertijd en toch stond alles stil.

Blinde paniek sloeg uit.

Alles wat ze wilde was naar huis.

Maar thuis stonden er twee soldaten en een officier te wachten. Lachend.

De moed zonk in haar schoenen, maar ze probeerde gewoon te lachen. Alsof er helemaal niks aan de hand was.

Ze had het niet goed gedaan

Ze noemden haar naam en vroegen of zij dat was. Ze stamelde ja en probeerde stommertje te spelen, alsof ze vast de verkeerde hadden.

Meteen werd ze vastgepakt en meegenomen.

Ze belandde in de cel.

Ze werd verhoord. Geslagen. Vernederd.

Maar ze schikte zich in haar lot. Ze had dit verdiend. De familie zou immers zeker weten nu sterven.

Ze had het niet goed gedaan.

“Je moet het goed doen”

Ze werd geëxecuteerd met een zak over haar hoofd. Samen met anderen. Maar in haar gedachten was ze bij de familie.

Iets raakte haar net onder haar ribben en terwijl ze voorover ging kwam een tweede kogel in haar hoofd.

Ze herkende exact het gevoel wat ze in het hier en nu ervaarde: hier zijn maar eigenlijk al ergens anders zijn. Ze herkende de plek onder haar ribben, daar had ze vaak spanning als het allemaal teveel werd, ze herkende de hoofdpijnen die ze had waarvan ze altijd even moest bijkomen als ze over haar tax ging.

Ze blies haar laatste adem uit en keek terug op haar leven en de conclusies die ze had getrokken:

Je moet opletten.
Je moet het goed doen.

Je kan niemand volledig vertrouwen.
Je mag niets uit handen geven.
Je mag geen fouten maken.

Wat je doet moet je goed (perfect) doen.

Nog steeds op zoek

En daarna ging ze op zoek. Naar het gezin.

Ze belandde in Auschwitz, maar kon ze niet vinden.

Ze bleef hangen in een barak met vrouwen. Ze zag het verdriet. De leegte. De intense vermoeidheid. De uitzichtloosheid.

Ze wilde hen aankleden met liefde, warm houden, eten geven, gezelligheid, samen, een toekomst…

Maar ze werd niet gezien of gehoord. Het kwam niet aan.

Wat ze herkende in haar huidige leven

De overeenkomsten met haar huidige leven werden voor haar steeds duidelijker.

Ook nu voelde ze zich verantwoordelijk voor het welzijn van anderen.

Ook nu wilde ze niemand teleurstellen.

Ook nu ging ze door wanneer ze eigenlijk niet meer kon.

En ook nu zat daar die diepe overtuiging onder:

“Als ik niet alles geef, schiet ik tekort.”

Tijdens de sessie kon ze beseffen dat ze niet langer verantwoordelijk hoefde te zijn voor iedereen.

Dat oude leven was voorbij.

De mensen voor wie ze alles had geprobeerd te doen, hoefde ze niet langer te redden.

De fysieke nawerking uit het vorige leven

Ze herkende de fysieke klachen bij haar sterven.

De twee kogels die haar raakten, daar voelde ze op dat moment de meeste spanning in haar lichaam.

Plekken die opspeelden als ze het gevoel had het allemaal niet meer te kunnen bolwerken.

De pijn in haar hoofd als het teveel werd.

Ze lag half op haar zij met haar hoofd voorover. Precies op de plek waar ze de afgelopen tijd last van had in haar nek en schouder.

Bewust van het verleden wat al voorbij was

Op de achtergrond, onderbewust, was ze ergens altijd bezig met mensen ‘te redden’, terwijl die mensen eigenlijk helemaal niet gered, maar geholpen dienen te worden, tot zover je kon helpen.

Ze werd zich bewust dat een deel van haar nog steeds bezig was in die tijd om dit probleem op te lossen. Terwijl dat leven eigenlijk al een tijdje voorbij is.

Door bewust te worden dat deze tijd voorbij is, kon zij haar weg naar het licht vervolgen.

Een diepe dankbaarheid

Toen ze haar weg naar het licht vervolgde, werd ze opgewacht door het gezin.

Ze bedankten haar.

Niet omdat ze alles had kunnen voorkomen.

Niet omdat ze alles perfect had gedaan. Maar omdat ze had gedaan wat binnen haar mogelijkheden lag.

Ze voelde een diepe liefde en dankbaarheid.

Precies datgene waar ze in dat oude leven zo hard naar had gezocht.

Ze hoefde niet méér te doen om waardevol te zijn.

En misschien was dat wel het belangrijkste inzicht van de hele sessie.

Wat regressietherapie kan blootleggen

Soms lijkt het huidige probleem te gaan over te weinig energie, te veel verantwoordelijkheid of niet kunnen ontspannen.

Tijdens regressie- en reïncarnatietherapie kan er echter een veel ouder persoonlijk verhaal naar voren komen.

In dit praktijkvoorbeeld ontdekte de vrouw vooral een diepgewortelde overtuiging:

“Ik moet alles geven om een goed mens te zijn.”

Door daar bewust contact mee te maken, kon ze onderzoeken wat ze nog steeds met zich meedroeg — en wat ze niet langer hoefde te dragen.

Niet iedereen hoeft door jou gered te worden.
Niet alles hoeft door jou opgelost te worden.
En je hoeft jezelf niet uit te putten om een goed mens te zijn.