Een vrouw wil eens een keer van dik zijn afkomen | Praktijkvoorbeeld regressietherapie
Vele overtollige kilootjes mochten er wel eens af
“Ik zit in mezelf opgesloten.”
“Ik ben veels te dik.”, was het eerste wat ze zei om maar eens gelijk met de deur in huis te vallen. Echt alles had ze, naar haar mening, al gedaan. “Dan maar eens kijken of dit wat kan betekenen. Wellicht is dit de weg.”.
Ze vertelde ook maar wat ze allemaal had gedaan: reiki, pendelen, acupunctuur, een medium, natuurlijk de dieeten. Maar ze bleef ‘moddervet’, zoals ze zei.
Hoe dat voelde? Alsof je zit opgesloten in jezelf.
Op het vragenformulier had ze ingevuld dat ze haar moeder vanaf haar 8e al verloren was. Maar die waakte heel erg over haar, dus dat zat wel goed allemaal. Een medium had nog gezegd dat ze voelde dat haar moeder heel dicht bij haar was.
Haar vader kon niks en ze had nog een broertje van 3,5 jaar oud. Dus was ze de dag na haar moeder’s overlijden vervangend moeder in huis. Het was een zware taak.
Ook daarna had ze het niet makkelijk gehad. Zeg maar gerust zwaar. Veel alleen. Geen hulp, alsof ze afgesloten was van iedereen, terwijl ze toch middenin de maatschappij staat.
“Maar die kilo’s, he?”, wees ze naar haar lichaam.”het is net alsof ik iemand met mij meezeul.”
Dat bleek ook zo te zijn.
Ik zit opgesloten
Ze maakte contact met het gevoel van opgesloten zitten. Het werd zwaar. Veel verdriet kwam boven. Zonder enige aanleiding of verklaring.
“Ik mis mijn moeder”, zei ze.
Het duurde even voordat ze door had dat ze in haar kamer was, nadat haar vader haar had verteld dat haar moeder overleden was en niet meer terug zou komen. Met het sluiten van de deur achter hem, sloot er ook iets in haar af. Bijna letterlijk.
Intuitief wist ze dat ‘vader dit niet alleen kon’ en voelde ze de ‘verantwoordelijkheid voor haar broertje’.
Ze begreep dat ze zich wel moest afsluiten. Dit gemis voelen. Deze diepe leegte de overhand laten nemen, zou het einde van haar broertje én haar vader en dus het gezin betekenen. Zoveel druk op haar. Zo zwaar in haar.
Ze ging verder terug naar een leven waar zij haar moeder van kende, of op basis waarvan zij had besloten om op deze manier te incarneren bij haar moeder.
Ze kwam in een arm leven terecht. Het was allemaal net aan met haar man en 4 kinderen. Zwaar.
Haar moeder was een lichtpuntje in haar leven. Zorgde ervoor dat het dragelijk was. Zij nam vaak de zorg over, wanneer zij aan het werk was. Zo kwam ze toch nog een beetje ‘rond’.
Nadat moeder wegviel uit haar leven
Tot de dag dat moeder overleed.
Er viel die dag iets weg in haar leven. En in dat van haar gezin.
Zwaar.
Alleen dragen.
Rondkomen.
Maar het gevoel kwam nooit meer terug.
Haar gezin achterlaten viel haar zwaar
En het werd minder.
En zwaarder.
En ze werd ziek.
En ze stond op het punt te sterven. Zo een pijnlijk, zwaar lijf. Ze wilde nu ten diepste bij haar moeder zijn.
Maar ze kon niet weg. Ze had haar man gezien. Reddeloos.
Ze zag haar kinderen. Reddeloos.
Ze moest er alles aan doen om bij ze te blijven.
Ze werd bewust dat zolang zij aan dit gevoel vasthield. Dit pijnlijke, zware lijf, ze nog altijd de illusie had dat ze bij haar kinderen was. En dat ze ondertussen eigenlijk naar haar moeder verlangde.
Er vielen puzzelstukjes op hun plek, zonder dat ze het kon verwoorden.
Ze liet haar lichaam los, blies haar laatste adem uit.
Ze nam daar de beslissing, de overtuiging: “Het leven is (je) zwaar (voelen)”.
Ze werd zich bewust dat dit is wat ze werkelijk dacht over het en haar leven. Zo ervaarde ze het.
Dat wilde ze loslaten.
Ze keek omhoog.
En zag een licht. Ze ging naar huis. Naar haar moeder. Eindelijk.
Maar wat eerst zo hoopvol en lichtgevend was, viel iedere keer weg.
Het verdween.
Er kwamen donkere en grijze wolken voor het licht.
Alsof ze er niet bij kon komen.
We vroegen aan haar helpers om de oorzaak te vinden.
Het bleek dat iemand naast het licht stond. Het was haar moeder.
De vreugde was enorm toen ze elkaar vonden. Zo gemist. Ze barste in huilen uit. Wat een geweldige moeder dat ze op haar in het licht wachtte. Dat is liefde.
Ik vroeg aan de cliënte om aan haar moeder te vragen waarom ze naast het licht stond te wachten.
“Anders was ik haar kwijt.”
“Dus je hebt buiten het licht, naast het licht gewacht op je dochter, omdat als je in het licht was gestopt je bang was dat je geen contact meer met haar zou kunnen hebben?”
“Dat klopt. En ik wil bij mijn dochter blijven.”
“Hoe is het om dan nu samen eindelijk naar huis te gaan, in het licht?”
Ze stapten in het licht en hun lichamen leken te transformeren. Oude ballast en zorg liet los. Ze waren samen. En vrij.
Eindelijk herenigd, eindelicht licht
Moeder vertelde aan haar dochter dat ze niet naar het licht was gegaan, maar bij haar aangehaakt was, omdat ze de zware taak zag die op de schouders van haar dochter lag. Ze zag haar verdriet toen vader de deur sloot. Ze kon haar dochter (en haar gezin) niet alleen en reddeloos achterlaten.
Ze nam veel plek in. Maak het leven zwaar. Dubbel. Onaf. Schuldbewust. Blijven zorgen, alsof er geen eind aankwam. Maar alles deed pijn in het lichaam, haar lichaam was de schuld van het niet samen kunnen zijn met haar gezin (en dochter). En ze moest van alles doen om ‘hier’ te blijven.
Hoe zwaarder haar dochter was, hoe meer ze haar kon isoleren en bij haar zijn en zorgen voor het gezin.
Maar nu besefte ze dat haar aanwezigheid met een kostenpost was gekomen. Ze was er zich niet helemaal bewust van. Ze kon niet anders.
“Ik drukte zwaar op haar. Maakte het zwaar.”
Ze wilden nu, nu ze in het licht waren, lichter leven. Er was geen dood, geen afstand, geen schuld. Alles was goedkomen. De cirkel was rond.