Altijd maar doorgaan en alles alleen dragen | Praktijkvoorbeeld regressietherapie
Een leven lang sterk zijn, alles alleen doen en nooit echt tot rust komen
Een vrouw werkte alleen in haar praktijk als therapeut. Dat deed ze al vanaf haar 28e. Inmiddels zo’n 25 jaar.
Kei- en keihard had ze gewerkt.
Doorgegaan, doorgegaan, alsmaar doorgaan.
Ze kon immers niet rusten, want ze was een gescheiden vrouw met twee kinderen.
Alles rustte op haar schouders.
De reden dat ze bij haar ex weg was gegaan, was om een beter leven te krijgen voor haar kinderen.
En die waren nu volwassen.
En nog steeds was ze hard aan het werk.
Volle agenda’s.
En ze kwam maar niet tot rust, ze voelde zich steeds minder verbonden, het was eigenlijk allemaal wel goed zo, eigenlijk wist ze niet meer waarvoor ze het deed. Ze had alles al (afbetaald) en haar kinderen waren gelukkig.
Een onbeschrijflijke Leegte
Ze kwam in een onbeschrijflijke leegte terecht.
En ze wist dat ze ‘ernaar moest gaan kijken’. Zelf kon ze het niet meer oplossen.
Maar ze wist ook niet precies waar ze nu aan wilde werken.
Wel verlangde ze naar leuke tijden met vrienden en vriendinnen waarin zij zich gedragen zou voelen, gelijkgestemden, mensen die haar inspireren, samenwerken, een leuke man.
Maar ja, ze had al zolang alles alleen gedaan. Ze wist eigenlijk niet meer hoe dat zou moeten.
Zeker nadat ze van haar ex-man af was, is er eigenlijk niemand meer echt dichtbij gekomen.
In regressie
We maakten verbinding met de gevoelens die op dat moment sterk in haar aanwezig waren: de druk op haar schouders, het voortdurende gevoel dat ze moest doorgaan en het niet kunnen rusten.
Er kwam verdriet naar boven, vooral rond haar borst en keel.
Vanuit die gevoelens kwam ze in een ervaring die zij beleefde als een vorig leven.
Ze woonde in een klein dorp en voelde zich daar gelukkig. Ze deed huishoudelijk werk voor haar ouders en beschreef haar leven als ontspannen. Haar ouders waren liefdevol en niet streng. Ze had ruimte om te doen en laten wat ze wilde.
Voor het eerst in lange tijd kon ze dat gevoel opnieuw in haar lichaam ervaren:
“Wat een fijn thuis.”
Een connectie die niet uit te leggen viel
Op een dorpsfeest ontmoette ze een jonge man.
Hij had een prachtige, stralende lach. Hij leek vrij, onbevangen en vol levenslust.
Ze viel als een blok voor hem.
Er veranderde iets in haar.
Er ontstond een verbinding die ze niet kon verklaren.
Hij keek haar aan en zijn ogen begonnen nog meer te stralen, alsof hij haar herkende.
Ze wist niets van hem. Toch voelde ze alsof ze hem al kende.
Misschien zou hij haar aanspreken. Misschien ook niet. Misschien was hij helemaal niet de man die ze dacht dat hij was.
Maar onder al die gedachten voelde ze vooral iets wat ze lange tijd niet meer had gevoeld: verbinding.
Een gezin en een gelukkig leven
In een volgend moment waren ze samen. Ze hield hun eerste kindje vast: een meisje.
Het geluk was intens.
Ook de vader was zichtbaar gelukkig met zijn dochter. Het maakte hem niet uit dat het geen jongen was.
Later was ze zwanger van hun tweede kind. Nog steeds waren ze gelukkig samen.
Haar man werkte veel, maar volgens haar ging dat niet ten koste van hun gezinsgeluk. Hij had een belangrijke taak op zich genomen: hij moest binnen de politie onderzoeken wat er speelde rondom corruptie. Niemand anders kon het volgens hem doen.
Het voelde alsof de verantwoordelijkheid voor het onderzoek op zijn schouders rustte.
Het volk verdiende eerlijkheid.
Ze zag hem steeds meer opgaan in zijn opdracht.
Hij kuste haar, maar zijn gedachten waren alweer ergens anders.
Normaal gesproken legde hij zijn hand op haar buik en maakte hij contact met hun dochter. Nu niet. Hij had haast. Er leek een enorme druk achter te zitten.
Zij liet het gaan.
Hij had immers veel aan zijn hoofd.
Ze moest verder, maar wist niet meer hoe
In het volgende moment zat ze aan tafel.
Er kwamen politiemannen binnen. Ze vertelden haar dat haar man op de markt door een dronken man was aangevallen en doodgestoken.
Alles werd leeg.
En tegelijkertijd zat alles vol.
Huilen. Schreeuwen. Gillen. Pijn.
Heel veel pijn.
Maar ze moest verder.
Ze had kinderen.
Ze moest voor hen zorgen.
Ergens voelde ze dat er iets niet klopte.
“Het klopt niet.”
“Het was niet oprecht.”
Maar ze moest verder.
Ze verstarde en leefde door. Haar man had haar redelijk goed achtergelaten, maar ze moest wel geld verdienen. Er kwam een kind bij. En opnieuw moest ze verder.
Langzaam verloor ze de verbinding met zichzelf.
Ze wist niet meer waarvoor ze het deed.
“Ik moet altijd doorgaan”
Enkele maanden later zakte ze in elkaar.
Ze kwam terecht in een ongemakkelijke houding op de grond.
Ik vroeg haar of ze een vergelijkbare ervaring kende in haar huidige leven.
Ze herkende onmiddellijk de spanning en pijn rond haar heup. Ook het gevoel van op de grond liggen en toch weer moeten opstaan was herkenbaar.
Opstaan.
Doorgaan.
Voor de kinderen zorgen.
Doorgaan.
Ze besefte dat ze in deze ervaring nog niet volledig had kunnen loslaten dat haar leven voorbij was. Uiteindelijk blies ze haar laatste adem uit.
Toen ze haar lichaam losliet, ontstond een overtuiging die haar diep raakte:
“Ik moet altijd doorgaan.”
En daaronder zat een nog diepere angst:
“Als ik niet alle druk aankan en niet door kan blijven gaan, gaan mijn kinderen dood.”
Voor haar werd duidelijk hoe sterk ze ook in haar huidige leven bezig was geweest om alles alleen op te lossen.
Maar hoe hard ze ook werkte, hoe meer verantwoordelijkheid ze nam en hoe langer ze doorging, het gevoel van veiligheid en rust kwam niet terug.
Verscholen in het donker
Toen ze haar weg naar het Licht zocht, kwam het niet.
Alsof iets haar tegenhield.
In haar beleving was er sprake van een aanhechting.
Het bleek haar man te zijn.
Hij was bij haar gebleven om haar te troosten en het goed te maken. Hij had door zijn opdracht en zijn voortdurende gerichtheid op het werk de verbinding verloren met datgene wat hem het meest lief was.
Ze was blij hem weer te zien.
Samen gingen ze op zoek naar het Licht.
Dit keer kwam het.
Iedereen leeft nog
Vlak voordat ze het Licht binnengingen, zagen ze hun kinderen.
Ze leefden nog.
Een enorm gevoel van geluk brak door.
De angst die al die tijd onder haar leven had gelegen, bleek niet meer nodig.
Ze hoefde haar kinderen niet langer te beschermen door alles alleen te dragen.
Samen stapten ze het Licht in.
Er kwam rust.
Verbondenheid.
Thuis.
Voor haar voelde het alsof iedereen er weer was.
Na de sessie
Na de sessie begreep ze iets wat haar diep raakte.
Deze man was degene op wie ze al die tijd had gewacht.
Maar ze had zichzelf niet meer toegestaan om daarop te vertrouwen.
Zolang ze bezig was met zorgen, werken, dragen en zichzelf bewijzen, was er geen ruimte om iets te ontvangen.
Ze hoefde niet langer zo hard te werken om zichzelf ervan te overtuigen dat ze een goede moeder was.
Haar kinderen waren groot. Ze waren gelukkig. Ze had gedaan wat ze voor hen wilde doen.
Er mocht nu iets anders komen.
Van alleen dragen naar verbinding
Ze begon ook anders te kijken naar het pad dat ze in haar leven had afgelegd.
Waarom had ze deze ouders gekozen?
Waarom juist deze vader?
Waarom deze relatie?
Waarom had ze zo lang alles alleen gedragen?
Voor haar vielen verschillende puzzelstukjes op hun plaats.
Het ging uiteindelijk niet alleen over het verleden, maar over wat ze nu mocht gaan ervaren.
Niet langer alles alleen.
Niet langer voortdurend doorgaan.
Niet langer leven vanuit de overtuiging dat alles op haar schouders rust.
Maar juist weer verbinding ervaren.
Met zichzelf.
Met de mensen van wie ze houdt.
En met het leven dat nog voor haar ligt.
“Juist weer in verbinding en eenheid en heelheid, met zichzelf en haar geliefden.”
Over dit praktijkvoorbeeld
Dit praktijkvoorbeeld beschrijft de persoonlijke ervaringen en beleving van een cliënt tijdens regressietherapie. Ervaringen tijdens regressie kunnen voor iemand een sterke persoonlijke of symbolische betekenis hebben, maar kunnen niet worden beschouwd als objectief bewijs dat een beschreven vorig leven of een andere ervaring historisch precies zo heeft plaatsgevonden.
Benieuwd naar hoe regressietherapie werkt? Of meer weten over hoe een intake en sessie precies verloopt?