ASTMA

‘zo min mogelijk ademen om te overleven’

Praktijkvoorbeeld regressietherapie

Soms kan een lichamelijke klacht een heel sterke emotionele betekenis krijgen.

Een jongeman van 28 jaar had al vanaf zijn vierde last van astma. In periodes waarin hij benauwd was, kreeg hij medische behandeling. Later gebruikte hij onder andere Ventolin en Becotide. Het ging lange tijd beter, maar bepaalde periodes kwamen de klachten weer terug.

Toen hij terugdacht aan het ontstaan van zijn astma, wist hij van zijn ouders dat het rond zijn vierde jaar was begonnen, tijdens een vakantie in Spanje. Hij had daar in een oververhitte hotelkamer gezeten.

Maar tijdens de regressiesessie kwam er een veel oudere ervaring naar voren.

Een jonge jongen verscholen tussen boeken in een bibliotheek, met geallieerde soldaten op de achtergrond in een oorlogsgebied.

Een jongetje dat zo stil mogelijk moest zijn

In de regressie kwam hij terecht in een ervaring uit een vorig leven.

Hij was een Joods jongetje van ongeveer vier jaar oud, Max.

Hij woonde met zijn ouders en broer in München.

Tot het moment waarop zijn vader plotseling naar boven kwam rennen.

“Verstop je! En maak geen geluid!”

Het jongetje begreep dat het ernstig was.

Hij verstopte zich in een kast.

Vanuit de kast hoorde hij beneden geluiden.

Stemmen.

Beweging.

Daarna kwamen er zware voetstappen op de trap.

Steeds dichterbij.

Hij wist maar één ding:

Ik mag geen geluid maken.

En dus deed hij wat voor een klein kind op dat moment logisch kon voelen.

Hij hield zijn adem in.

Zo min mogelijk ademen.

Zo stil mogelijk blijven.

Want als hij geluid maakte, konden ze hem vinden.

“Als ik ademhaal, kunnen ze mij horen”

De spanning liep steeds verder op.

Hij probeerde nauwelijks nog te ademen.

Niet omdat hij niet wilde leven.

Juist omdat hij wilde blijven leven.

In zijn beleving was er een directe verbinding ontstaan:

Niet ademen = veilig.

Geluid maken = gevaar.

Zo stil mogelijk zijn = overleven.

Toen ging de kastdeur open.

Hij werd gevonden.

De ervaring was intens.

En ergens in hem bleef een overtuiging achter:

Ik had niet moeten ademen.

Zwart-witte tekening van een grote menigte mannen met petten, allemaal in dezelfde richting, in een ruimte met een laag plafond en rook omhoog in het midden.

Getransporteerd naar Dachau

Hij werd getransporteerd naar Dachau, waar het enorm koud was. Na enkele dagen van veel ellende, want er was niks te doen, niks te tekenen en iedereen deed naar en gespannen, was er dan opeens leuk nieuws: hij mocht een warme douche gaan nemen. Iedereen stond bedrukt in de rij, maar hij was blij. Warm, eindelijk! Maar in de douche merkte hij dat iedereen tegen elkaar aan stond. Hierna ontstond er paniek en er was iets raars, een rare geur. In de douche werd hij op dat moment vergast. Vlak voordat hij stierf dacht hij dat wanneer hij maar heel weinig zou ademen, dat hij misschien door het gas kon heen ademen en dan precies net genoeg lucht zou krijgen om te overleven. Dit moment was nooit in hem gestopt. Het was een programma geworden. Bij kou, transport/verplaatsing, kleine ruimtes, op elkaar staan, nare en afstandelijke mensen, kwam zijn astma op. De jongeman van nu wist dat het jongetje gestorven was, maar nog steeds bezig was om te overleven door bijna niet te ademhalen of maar net genoeg lucht binnen te krijgen. Hij gaf hem de toestemming om los te laten en naar het licht te gaan. Als een soort slaak van verlichting liet het jongetje los. Er was daar ook niemand meer en het liefste wilde hij weer verder met zijn tekening. Een enorme opluchting (letterlijk en figuurlijk) kwam over de cliënt en hij begon gelijk diepe ademhalingen te maken, alsof hij eindelijk vrij was om adem te halen.

Ik mag weer ademhalen en leven. Het is voorbij.’

De cliënt begreep dat hij door bijna niet te ademhalen bezig was te ‘overleven’. Bijna geen lucht krijgen betekende leven! Wat een rare koppeling die zijn onderbewuste automatisch had aangenomen. En vanaf het moment dat hij voor het eerst zijn adem inhield thuis, wist hij “ik kom nooit meer thuis”.

Achteraf gezien waren de omstandigheden waarin hij last van zijn astma kreeg direct te relateren aan deze ervaringen in een vorig leven.

Het extra leuke was dat de cliënt ook een doorbraak had in zijn kunst. Hiervoor dacht hij altijd:”Dat krijg ik toch nooit af” of “Het komt er toch nooit van.”. Nu kwam het er eindelijk wel weer van.