Bindingsangst - Praktijkvoorbeelden regressietherapie

Als je wél verlangt naar liefde, maar iets in jou steeds afstand houdt

Op deze pagina lees je hoe deze angst niet alleen uit het huidige leven kan ontstaan, maar ook zijn wortels kan hebben in vorige levens, de familielijn en diepgewortelde patronen.


Je wilt graag een relatie.

Je verlangt naar liefde, intimiteit en verbinding.

Maar zodra iemand echt dichtbij komt, gebeurt er iets.

Je trekt je terug.
Je gaat twijfelen.
Je voelt onrust.
Of je krijgt ineens het sterke verlangen om weer vrij te zijn.

Soms is het zelfs andersom: je hebt al jaren een relatie, maar zodra er echte intimiteit ontstaat, blokkeer je.

Waarom doe ik dit?

Bindingsangst kan verschillende oorzaken hebben. In regressietherapie wordt niet alleen gekeken naar wat er nu gebeurt, maar ook naar waar het patroon ooit is ontstaan.

Onderstaand praktijkvoorbeelden laat zien hoe verrassend zo'n oorzaak kan zijn.

14 jaar samen — en toch steeds verder van elkaar af

Een vrouw had al veertien jaar een relatie en drie kinderen.

Aan de buitenkant was er eigenlijk weinig mis.

Ze hadden een gezin.
Ze hielden van elkaar.
Hun leven functioneerde.

Toch voelde zij zich steeds leger.

De dagen leken op elkaar.

Ze verlangde naar iets nieuws, iets levends, iets wat haar weer zou laten voelen dat ze echt leefde.

En juist wanneer haar man toenadering zocht, gebeurde er iets merkwaardigs.

Ze blokkeerde.

Intimiteit werd spannend.

Ze koos opnieuw voor afstand en veiligheid.

Daarna kwam het verlangen weer terug.

En vervolgens begon het patroon opnieuw.

Ze vroeg zich steeds vaker af of het gras buiten niet groener was.

Misschien was er ergens iemand met wie het wél vanzelf zou gaan.

Misschien moest ze gewoon weg.

Maar diep vanbinnen wilde ze helemaal niet per se bij haar man weg.

Ze wilde vooral begrijpen waarom ze zichzelf steeds tegenhield.

ouders waren eigenlijk al uit elkaar. gebroken gezin.

“Mijn ouders waren samen, maar eigenlijk niet meer verbonden”

Tijdens de regressiesessie kwam ze terecht in haar jeugd.

Haar ouders hadden veel ruzie.

Op een gegeven moment besloten ze uit elkaar te gaan.

Maar ze deden het niet.

Ze bleven bij elkaar voor de kinderen.

Ze leefden vervolgens jarenlang naast elkaar.

Er was een gezin.

Er waren verjaardagen.

Er waren feestjes.

Maar de verbinding tussen haar ouders was verdwenen.

Beiden fantaseerden over een ander leven.

Over iemand anders.

Over een toekomst waarin ze weer echt zouden leven.

Als kind had de cliënt dit allemaal gevoeld.

Ze had het alleen nooit volledig kunnen begrijpen.

Een kind kan immers niet zomaar zeggen:

“Mijn ouders moeten uit elkaar.”

Ze had geleerd haar gevoelens daarover weg te stoppen.

En juist daar bleek een belangrijke sleutel te liggen.

Verbinden betekende voor haar/= jezelf kwijtraken

Ze ontdekte dat ze jarenlang een overtuiging had meegedragen:

Een relatie betekent dat je jezelf moet opofferen.

Haar ouders hadden haar onbewust laten zien dat je samen kunt zijn zonder werkelijk verbonden te zijn.

En tegelijkertijd voelde zij als kind hun verdriet.

Ze wilde dat haar ouders zouden kiezen voor het leven.

Voor zichzelf.

Voor geluk.

Maar ze kon dat niet voor hen oplossen.

Dus stopte ze haar eigen gevoelens weg.

Later in haar eigen relatie kwam hetzelfde mechanisme terug.

Zodra ze zich werkelijk zou verbinden, voelde een deel van haar:

“Pas op. Je raakt jezelf kwijt.”

De oplossing bleek daarom niet te zijn dat ze haar man moest verlaten.

Integendeel.

Ze mocht opnieuw ontdekken dat verbinding en vrijheid naast elkaar kunnen bestaan.

Dat ze zichzelf niet hoefde op te geven om van iemand te houden.

Dat inzicht veranderde haar blik op haar relatie.

Voor het eerst kon ze haar man weer zien als haar partner — niet als iemand van wie ze zich moest losmaken om zichzelf te kunnen voelen.


Jonge vrouw heeft moeite om ‘te blijven’ in een relatie

Een jongedame wilde graag een relatie, maar ze kon zich op een of andere manier maar niet binden aan iemand. Alsof het haar maar niet lukte om ‘in een relatie te blijven’. Moedeloos en verdrietig werd ze ervan, want ze wilde het zo graag. Keer op keer gebeurde er altijd wel wat waardoor zij weer op de vlucht ging. Zeker als het over settelen of trouwen ging.

Getrouwd met haar ‘droomman’
In een vorig leven kwam zij terecht als jonge vrouw die op het punt stond om te gaan trouwen met haar droomman. Hij had zo zijn best gedaan. Met kado’s, mooie brieven, mooie woorden, aanrakingen, blikken. Met andere woorden was zij overladen met ‘liefde’. Maar na de huwelijksceremonie veranderde er veel. Heel veel. Ze werd continu gewezen op wie ze moest zijn en wat ze moest doen, zodat hij gelukkig was en niet teveel last had van haar. Ze ontdekte ook dat hij meerdere vriendinnen had en dat hij met haar was getrouwd omdat zij de grootste catch van de stad was. Met andere woorden: de hoofdprijs.

Zich nooit meer zich gewonnen geven
Ze besefte dat ze bang was voor mannen die haar probeerde te paaien, want dat zou snel weer over zijn wanneer zij zich ‘gewonnen’ gaf.

Als ik me helemaal geef, verlies ik mijn vrijheid.

Als iemand mij heel graag wil hebben, zit daar uiteindelijk altijd iets achter.

Als iets te mooi is om waar te zijn, dan…

Ze begreep eindelijk dat de bindingsangst haar eigenlijk probeerde te helpen, maar dat het nu, in het hier en nu, geen positieve functie meer had.

Een tweede leven liet iets anders zien

Niet bepaald de hoofdprijs maar beter dan dat
In de volgende sessie ging zij terug naar een leven waarin ze totaal geen last had van bindingsangst.

Ze trof een hele leuke partner, die (zachtjes uitgedrukt) niet echt de ‘hoofdprijs’ was voor veel vrouwen. Hij had immers een flinke snee over zijn wang en hij mistte twee vingers aan zijn linkerhand.

Maar hij zag haar en had haar lief.

Ze leefden een rustig leven en genoten van elkaar wanneer de werkdag erop zat.

Ze was zo ongekend gelukkig met haar gezin. Tot de dag dat zij terug kwam van haar familie uit een ander dorp en zag dat haar stad overvallen was. Haar man en kind waren dood.

Vanaf dat moment veranderde alles.

Ze had ervaren wat liefde kon zijn.

En vervolgens had ze alles verloren.

“Als ik echt van iemand houd, raak ik hem kwijt”

Tijdens de sessie werd een diepere overtuiging zichtbaar:

Als ik mij volledig aan iemand verbind, kan ik hem verliezen.

En nog een andere:

Als iemand alles voor mij over heeft, kan hij mij later bedriegen.

Twee totaal verschillende ervaringen hadden uiteindelijk hetzelfde effect gekregen.

De ene had haar geleerd:

Geef je nooit helemaal over.

De andere:

Als je je wel helemaal overgeeft, doet het verlies te veel pijn.

Haar bindingsangst was dus niet zomaar onwil om een relatie aan te gaan.

Het was ooit een manier geweest om zichzelf te beschermen.

Wanneer bescherming niet meer nodig is

Dat is misschien wel een van de belangrijkste inzichten uit deze praktijkvoorbeelden.

Een patroon hoeft niet “gek” of onlogisch te zijn.

Het kan ooit een heel begrijpelijke oplossing zijn geweest.

Niet verbinden betekende:

niet jezelf verliezen.

Niet volledig liefhebben betekende:

niet volledig kunnen worden gekwetst.

Niet blijven betekende:

zelf de controle houden over het moment waarop je weggaat.

Maar wat ooit bescherming bood, kan later precies datgene worden wat je ervan weerhoudt om te krijgen waar je diep vanbinnen naar verlangt.

Tijdens de sessies konden beide vrouwen de oude ervaringen opnieuw doorleven, begrijpen en loslaten.

Niet om het verleden te veranderen.

Maar om de betekenis die het verleden nog steeds had, te veranderen.

De bindingsangst van de nieuwe tijd

Vrijheid en onafhankelijkheid ‘opgeven’ voor de liefde

In deze tijd zijn veel vrouwen ‘vrij’ en financieel onafhankelijk. Ze kunnen (vrijwel) alles zelf en anders is er hulp van buitenaf voor een speciaal iets. In de geschiedenis is dit eeuwen niet zo geweest.. Een vaste relatie aangaan, kan al die hard bevochten en verworven vrijheden voor niets laten zijn. Maar vaak is er ook iets sterkers aanwezig (de magnetische, fysieke of onverklaarbare aantrekkingskracht van de ander of het verlangen om een gezin te beginnen), waardoor men het toch ‘aangaat’. Iets in hen wil het toch. En wanneer het toch eenmaal begint, dan beginnen de symptomen van de bindingsangst weer in volle hevigheid en breekt de strijd (met de angst) weer los om ‘vrij’ te zijn.