Van paniekaanvallen afkomen met regressietherapie

Je paniekaanvallen waren vroeger de oplossing voor iets, maar nu niet meer

Tijdens regressie- en reincarnatietherapie kom je er altijd achter dat je paniekaanvallen een logisch gevolg waren (lees dit goed: waren) van een situatie die voor jouw gevoel nooit geëindigd is. Met andere woorden: die ervaring leeft nog steeds in je en omdat die ervaring zo heftig is, gaan de meeste mensen niet graag naar die ervaring toe. Vaak gaan paniekaanvallen veel verder door dan enkel dit huidige leven. Ze zitten als het ware al in je DNA en je genen, voorgeprogrammeerd.

Vrouw met agorafobie

Een vrouw van middelbare leeftijd durfde opeens de straat niet meer op.Daar zou weleens wat ergs kunnen gebeuren.” Bij de gedachte alleen al kromp ze ineen. Ze had het gevoel dat de mensen haar iets aan zouden doen, omdat ze ‘raar’ was en op dat soort mensen zat men daarbuiten niet op te wachten. Sterker nog, ze hadden een bloedhekel aan dat soort mensen. Al dit soort gedachten gingen door haar heen en voor haar was het meer dan echt.

Ze kwam in een vorig leven terecht als een kruidenvrouw, die met veel liefde en bevlogenheid zieke mensen hielp. Alles ging goed, alles was pais en vree en ze leefde een meer dan gelukkig en vervullend leven. Ze was bekend in de omgeving. Met grote regelmaat kwamen er mensen van naburige dorpen bij haar om geheeld te worden met de kruiden die zij bereidden. Maar op een bepaalde dag veranderde er iets daarbuiten. Mensen werden onrustig. Er was iets gaande, maar ze wist niet wat. Tot op een avond er op haar deur gebonkt werd en er geschreeuwd werd:”Kom naar buiten, jij vervloekte heks. We weten dat je daar binnen bent!”. Ze schrok op en keek door een spleetje in de deur naar buiten, waar ze mensen met fakkels zag staan. Het waren er rond de twintig. “We hebben je gezien!”, werd er geschreeuwd. Ze raakte in paniek, ze wist niet meer wat te doen, terwijl ze op haar deur begonnen te trappen. Ze wist meteen:”Hier kan ik niet tegenop. Dit win ik nooit.” Ze kon niet meer vluchten en bevroor. Op dat moment werd de deur ingetrapt en werd ze door twee mannen vastgepakt die haar naar buiten sleurden. Vanuit haar ooghoeken kon ze zien hoe haar dorpsgenoten alleen maar stonden toe te kijken, zonder iets te zeggen of zonder iets te doen. Helemaal alleen voelde zij zich. Het volgende moment voelde ze harde trappen in haar buik, op haar hoofd en het lichtje ging uit. Ze was dood.

De vrouw besefte dat ze nog steeds daar bevroren en in paniek stond, het moment vlak voordat haar dood zijn intrede deed. Hier had ze het verhaal gestopt. Binnen blijven betekent (over)leven. En dat had ze in haar huidige leven ook gedaan. Ze besefte ook dat ze zoveel talent had, wat nu niet meer tot ontluiking kon komen of wat ten goede kon komen aan haar en andere mensen. Alles was stilgezet, door de angst voor een mogelijke vernedering (niemand hielp haar).

Doordat ze besefte dat ze weer leefde in dit huidige leven, wist ze ook dat de dood niet bestond of dat het geen eindstation was. Maar ook besefte ze dat wanneer dat dit leven zou gebeuren, al die mensen voor minimaal 20 jaar de gevangenis in zouden moeten. En dat het dus eigenlijk niet meer kan. Een diep gevoel van rust overspoelde haar. Ze huilde van bevrijding. Alle spanning van al die jaren kwam eruit. Ze merkte op dat ze weer de kracht begon te voelen om zichzelf lief te hebben, dit leven te ontdekken en te leven en dat ze zich weer kon verbinden (stapje voor stapje) met wat ‘daarbuiten’ allemaal voor haar in petto lag.