Paniekaanvallen

Als angst ooit een manier was om jezelf te beschermen

Paniekaanvallen kunnen je leven steeds kleiner maken. Misschien durf je bepaalde plekken niet meer te bezoeken, vermijd je drukte of voelt zelfs de gedachte om naar buiten te gaan al bedreigend. Je lichaam reageert alsof er direct gevaar is: je hart gaat sneller, je ademhaling verandert en je wilt maar één ding: weg.

Maar wat als die reactie ooit ergens voor nodig was?

Binnen regressie- en reïncarnatietherapie wordt onderzocht waar het gevoel van angst vandaan komt en wanneer het ooit is ontstaan. Niet alleen door te kijken naar wat er vandaag gebeurt, maar ook naar eerdere ervaringen die nog steeds een sterke emotionele of lichamelijke lading kunnen hebben.

Soms blijkt een paniekreactie verbonden te zijn met een ervaring waarin vluchten, vermijden of jezelf onzichtbaar maken ooit de beste manier leek om te overleven.

Een vrouw die niet meer naar buiten durfde

Een vrouw van middelbare leeftijd kreeg steeds meer moeite om haar huis te verlaten. De straat voelde niet meer veilig.

Bij de gedachte om naar buiten te gaan kwamen allerlei gedachten op: Daar kan iets ergs gebeuren. Mensen kunnen mij iets aandoen. Ze vinden mij raar. Buiten zijn is gevaarlijk.

Ze wist rationeel dat deze gedachten niet logisch waren. Toch voelde haar lichaam iets heel anders.

Voor haar was het gevaar echt.

Het gevolg was dat haar wereld steeds kleiner werd. Binnen blijven gaf haar een gevoel van veiligheid. Naar buiten gaan betekende spanning, angst en uiteindelijk paniek.

In de regressiesessie onderzochten we waar deze angst haar naartoe zou leiden.

Een vorig leven als kruidenvrouw

Ze kwam terecht in een vorig leven waarin ze als kruidenvrouw mensen hielp.

Ze kende veel van planten en kruiden en gebruikte die kennis om zieke mensen te ondersteunen. Mensen uit haar eigen dorp, maar ook uit omliggende dorpen, kwamen naar haar toe.

Ze hield van wat ze deed.

Ze voelde zich nuttig, vrij en verbonden met de mensen om haar heen.

Tot er iets veranderde.

In het dorp ontstond onrust. Ze wist niet precies wat er aan de hand was, maar ze voelde dat de sfeer omsloeg.

Op een avond werd er hard op haar deur gebonkt.

Ze hoorde geschreeuw.

“Kom naar buiten!”

Toen ze voorzichtig door een kier naar buiten keek, zag ze een groep mensen met fakkels.

Het waren er veel.

Ze werd uitgescholden en beschuldigd. De sfeer was vijandig. Ze begreep onmiddellijk dat ze niet welkom was en dat de situatie gevaarlijk was geworden.

De deur begon te bewegen.

Er werd tegenaan getrapt.

En op dat moment gebeurde er iets in haar.

Ze wist:

Ik kan hier niet tegenop.

Ze kon nergens heen.

Ze kon niemand om hulp vragen.

Ze bevroor.

De deur werd ingetrapt. Twee mannen grepen haar vast en sleurden haar naar buiten. Vanuit haar ooghoek zag ze mensen uit het dorp staan.

Maar niemand deed iets.

Niemand hielp haar.

Dat gevoel van totale machteloosheid was misschien nog wel erger dan de angst zelf.

Daarna werd ze mishandeld en kwam ze te overlijden.

De angst was nooit meer weggegaan

Tijdens de regressie werd duidelijk dat ze als het ware was blijven steken op het moment vlak vóórdat het gevaar werkelijkheid werd.

Ze stond daar nog steeds.

Bevroren.

Wachtend.

Niet wetend wat er zou gebeuren.

En ze ontdekte iets belangrijks:

Binnen blijven betekende voor haar veiligheid.

Zolang ze binnen was, kon niemand haar bereiken.

Zolang ze niet naar buiten ging, kon er niets gebeuren.

Die overtuiging had haar ooit geholpen om met een extreem bedreigende situatie om te gaan.

Maar in haar huidige leven was de situatie veranderd.

Toch reageerde een deel van haar nog steeds alsof ze ieder moment opnieuw naar buiten zou kunnen gaan en hetzelfde zou kunnen meemaken.

Van overleven naar leven

Ze realiseerde zich dat haar huidige leven niet meer het leven van toen was.

Ze hoefde niet meer te wachten op een groep mensen met fakkels.

Ze hoefde zichzelf niet meer onzichtbaar te maken.

En ze hoefde haar leven niet langer klein te houden om veilig te zijn.

Langzaam begon het verschil voelbaar te worden tussen toen en nu.

Wat toen gevaarlijk was, was nu niet meer hetzelfde.

Wat toen niet mogelijk was, kon nu wel.

En vooral: ze was niet meer machteloos.

De paniek hoefde haar niet meer te beschermen tegen een gevaar dat er niet meer op dezelfde manier was.

Er kwam een diepe rust.

Ze huilde.

Niet alleen van verdriet, maar ook van opluchting.

Alsof spanning die jarenlang was vastgehouden eindelijk los mocht komen.

Haar wereld mocht weer groter worden

In plaats van voortdurend bezig te zijn met wat er buiten haar huis allemaal mis zou kunnen gaan, kwam er weer ruimte voor een andere vraag:

Wat zou ik eigenlijk willen ervaren als ik niet voortdurend bang hoef te zijn?

Daarin zat voor haar een belangrijke verschuiving.

Niet langer alleen maar proberen om paniek te voorkomen.

Maar langzaam weer ontdekken wat het betekent om te leven.

Om naar buiten te gaan.

Om mensen te ontmoeten.

Om haar talenten te gebruiken.

Om zichzelf opnieuw te verbinden met het leven.

Regressie- en reïncarnatietherapieneemt angst niet simpelweg weg. Het kan helpen om te onderzoeken wat maakt dat een bepaalde angstreactie ooit is ontstaan en welke betekenis die ervaring nog steeds heeft. Voor deze vrouw werd duidelijk waarom haar systeem zo sterk reageerde op het idee van naar buiten gaan.

Wat ooit voelde als bescherming, hoefde haar niet langer gevangen te houden.