Waarom je symptoom alleen maar de ingang is van je probleem

Het symptoom zegt niks. Het is het verhaal wat erachter zit

Veel mensen lopen heel veel doktoren en artsen af op zoek naar de oorzaak van hun probleem, zodat het bij de kern aangepakt kan worden en zij binnen een korte periode vrij van het probleem zijn. Vaak blijft het bij een zoektocht en soms gloort er dan toch hoop aan de horizon. En soms werkt het ook. Er is niet een manier waarop alle problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Vaak gaan mensen pas uit het reguliere circuit als ze beseffen dat problemen op verschillende manier ontstaan. Dus een hartafwijking zit niet alleen maar in de familie of het komt door stress en kan alleen maar fysiek worden opgelost. Er moet iets fysieks in of aan gedaan worden, zodat het fysieke probleem weg is.

De 7 categorieën van een symptoom

  1. Autoriteitsimprint. Een geloof wat geïmplanteerd is door een autoriteitsfiguur (ouder, leraar, dokter, overheid, etc.)

  2. Huidige onopgeloste kwestie.

  3. Secundaire winst. Het symptoom geeft een beloning of de hoop op een beloning (bescherming, sympathie). Deze beloning staat vaak niet in verhouding om het lijden wat door het symptoom komt te rechtvaardigen.

  4. Identificatie. Hierbij moet je denken aan een held of een geliefd iemand, die men graag wil kopiëren/zijn/worden.

  5. Intern conflict. Het symptoom zorgt ervoor dat er niet iets ‘ergers’ gebeurd. Bijvoorbeeld: iemand wil gezet blijven, omdat deze anders verleid wordt tot het hebben van vrije sex (sex met meerdere mensen), terwijl men een relatie heeft.

  6. Vroegere ervaring. Een gebeurtenis of ervaring die verkeerd geïnterpreteerd wordt.

  7. Zelfbestraffing. Hierbij straft men zichzelf, doordat er van binnen een schuld zit of men straft zichzelf alvast zodat men niet meer door iets ‘hogers’ gestraft zal worden.

Van symptoom naar de oorzaak in 2 uur

Een vrouw had last van haar vingers. Ze kon bijvoorbeeld een tennisbal niet goed omklemmen met haar vingers: Het bleek dat ze eigenlijk haar dochter niet kon loslaten en ze zich hier grote zorgen over maakte.

Een man had continu last van de linkerkant van zijn hoofd. Er zat een ‘vaag’ gevoel: Het bleek dat er iets in het gezin was gebeurd wat hij nooit heeft kunnen begrijpen of een plekje kon geven.

Een man had hartritmestoornissen. Het bleek dat hij het tempo van zijn eigen leven (wat nog geregeerd werd door zijn ouders) en dat van zijn vrouw, kinderen en werk niet kon bijbenen en geen rust meer in zichzelf kon vinden.

Een vrouw kon niet vrijen met haar man, dan deed alles pijn: Het bleek dat haar vader tegen de zin in van moeder sex probeerde te forceren.

Een man lukte het maar niet om uit de schulden te komen: Het bleek dat hij (overvloed aan) geld de schuld had gegeven voor het falen van het huwelijk van zijn ouders.

Een jongen kon niet ‘vrij’ en ‘diep’ ademen door zijn astma: Het bleek dat hij zich niet vrij voelde en niet de diepte diepten van zijn emoties durfde te ervaren.