Zich van je lichaam vervreemd voelen | Praktijkvoorbeeld regressietherapie
“Andere mensen nemen beslissingen voor mij”
Een man van 50 had al zijn hele leven het gevoel dat anderen beslissingen voor hem namen. Hij liet zich gemakkelijk ergens in praten en merkte dat hij rond zijn 24e steeds minder contact met zijn lichaam voelde.
Ook in zijn relatie voelde hij zich niet sterk staan. Hij wist vaak niet goed wat hij zelf wilde, voelde of vond.
Wanneer anderen voor jou bepalen
In het huidige leven kwam hij eerst uit bij een relatie met zijn ex-vriendin.
Zij loog en bedroog hem en hield hem gevangen in een relatie waarin het vooral ging om: “Mijn manier, of helemaal niet.”
Wanneer hij niet deed wat zij wilde, kreeg hij steeds opnieuw te horen:
“Als je dit niet wilt, houd je dus niet echt van mij. Dan ben je al die tijd een leugenaar geweest.”
Hij hoorde dit zo vaak dat het langzaam onderdeel van hem werd.
Zijn eigen gevoelens en overtuigingen maakten steeds meer plaats voor die van een ander.
De zin die diep vanbinnen naar boven kwam was:
“Ik wil hier helemaal niet zijn.”
Terug naar een vorig leven
Toen hij verder terugging, kwam hij in een vorig leven terecht waarin hij als jonge Duitse soldaat bij een concentratiekamp was.
Hij wilde daar helemaal niet zijn.
Hij had niets met Hitler en geloofde niet in zijn gedachtegoed. Hij zag om zich heen hoe mensen harder, bozer en haatdragender werden.
Op een dag stond hij buiten het kamp met zijn geweer over zijn schouder. Aan de andere kant van het gaas stonden Joodse gevangenen.
“Geef ons eten.”
“Geef ons eten.”
Naast hem lachten andere soldaten en keken neer op de gevangenen.
Toen keek één van de Joodse mannen hem recht aan.
Hij zag de angst in de ogen van de jonge soldaat én dat hij machteloos was.
Steeds minder contact met zichzelf
Weken gingen voorbij.
Hij had met niemand werkelijk contact en iedere dag voelde als een hel. Wat hij deed en wat er uit zijn mond kwam, voelde niet meer als iets van hemzelf.
Hij paste zich aan om te kunnen blijven functioneren.
Langzaam voelde hij zich steeds meer als een geest: aanwezig, maar nauwelijks nog verbonden met zijn eigen lichaam.
's Avonds zat hij in de kantine en staarde wezenloos voor zich uit. Hij probeerde alleen nog maar op de juiste momenten te doen wat van hem verwacht werd.
Het moment waarop hij niet meer kon kiezen
Dan komt hij bij het laatste moment van dat leven.
Hij zit op zijn knieën.
Poolse soldaten hebben hem gevangen.
Eerst wordt hij vernederd. Hij verzet zich niet. Hij ziet dat hij tegenover een overmacht staat en beseft dat smeken of zijn fysieke kracht gebruiken niets zal veranderen.
Hij gehoorzaamt.
Hij gaat op zijn knieën zitten.
Daarna krijgt hij een schot in zijn nek.
Hij is 24 jaar.
“Ik laat alles maar gebeuren”
Tijdens de sessie ziet hij de overeenkomst met zijn huidige leven.
Ook nu laat hij anderen vaak bepalen wat er gebeurt. Ook in zijn relatie met zijn ex-vriendin had hij nauwelijks ruimte ingenomen voor wat hij zelf dacht, voelde en wilde.
Daaronder zat een diepe overtuiging:
Als ik echt zeg wat ik denk en voel, breekt er oorlog uit.
En als er oorlog uitbreekt, gaat het mis.
Meer ruimte innemen
Hij begrijpt dat het thema niet alleen gaat over zijn ex-vriendin of over wat er in dat vorige leven gebeurde.
Het gaat over zijn eigen stem terugvinden.
Hij hoeft zichzelf niet langer weg te cijferen om een conflict te voorkomen. Hij mag voelen wat hij voelt, zeggen wat hij denkt en keuzes maken die werkelijk van hem zijn.
Het gevaar waar hij zo lang op leek te wachten, is er niet meer.
Hij is vrij.
Voor het eerst voelt hij weer werkelijk contact met zichzelf en met zijn lichaam.
En hij huilt.